Presentatie van het Databoek Kinderen in Tel 2008

Op 17 maart 2008 werd tijdens een debat onder de titel Kinderen tellen mee in de wijk! het Databoek Kinderen in Tel 2008 aangeboden aan minister Rouvoet en Pierre Heijnen, voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Jeugd en Gezin aangeboden. Dit gebeurde - namens de samenwerkende organisaties - Stichting Kinderpostzegels Nederland, Unicef Nederland, Jantje Beton, Johanna Kinderfonds, Nationaal Fonds Kinderhulp, Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind en het Verwey-Jonker Instituut  - door Defence for Children International, directeur Jan Pieter Kleijburg.

Kinderen in Tel brengt sinds drie jaar de leefsituatie van kinderen en jongeren per gemeente in beeld aan de hand van twaalf indicatoren die gebaseerd zijn op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Majone Steketee en Jodi Mak van het Verwey-Jonker Instituut hebben het onderzoek en de cijfers toegelicht, Jan Pieter Kleijburg heeft de resultaten vanuit het perspectief van kinderrechten geanalyseerd. Het rapport laat zien dat de algehele situatie voor kinderen iets is verbeterd. Er zijn minder jongeren werkeloos, minder kinderen lopen risico op een leerachterstand, het aantal tienermoeders is gedaald en kinder- en zuigelingensterfte komen minder voor. Daarentegen is gebleken dat er grote verschillen zijn in omstandigheden waarin kinderen opgroeien. Naast de gegevens op het niveau van gemeenten, laat de derde editie van Kinderen in Tel ook zien hoe het gesteld is met het welzijn van kinderen in elke wijk. In 2006, ondanks de economische voorspoed in Nederland, leefden 242.240 kinderen in een uitkeringsgezin. Dat probleem concentreert zich vooral in bepaalde wijken, in grote steden, kleine gemeenten of in het platteland.
Het doel van Kinderen in Tel is het verbeteren van welzijn van kinderen door belangenbehartiging en het stimuleren van een dialoog op basis van gegevens, tussen allen die verantwoordelijk zijn voor jeugdbeleid.
Deze dialoog kwam goed tot stand tijdens het debat waaraan 130 mensen hebben deelgenomen, onder wie wethouders, jongerenorganisaties, fondsen, kinderrechtenorganisaties en mensen die voor en met kinderen werken. Er zijn diverse projecten en initiatieven gepresenteerd die bedoeld zijn om de leefomstandigheden van kinderen positief te beïnvloeden. Minister Rouvoet gaf in zijn toespraak steun aan gemeentelijke initiatieven gericht op de verbetering van de leefsituatie van kinderen. De overheid, aldus de minister, is ervoor om te zorgen dat kinderen in een omgeving opgroeien die de vijf kernvoorwaarden voor de goede ontwikkeling van kinderen uit het beleid van het ministerie voor Jeugd en Gezin waarmaken: gezond opgroeien, veilig opgroeien, een steentje bijdragen aan de maatschappij, talenten ontwikkelen en plezier hebben, goed voorbereid zijn op de toekomst.
De minister ziet graag samenwerking tussen Kinderen in Tel en de landelijke Jeugdmonitor, een initiatief van de ministeries van Jeugd en Gezin, Volksgezondheid, Onderwijs, Justitie en Sociale Zaken, om de situatie van de Nederlandse jeugd in kaart te brengen. De minister nodigde de organisaties achter Kinderen in Tel uit om samenwerking tussen Kinderen in Tel en de Jeugdmonitor te onderzoeken. Het gaat niet om de cijfers maar om het welzijn van kinderen, aldus de minister.
Minister Rouvoet benadrukte dat armoede niet alleen een financiële kwestie is, maar dat ook de sociale uitsluiting, gebrek aan integratie en participatie daarbij horen. Een onderzoek naar sociale uitsluiting van kinderen wordt nu uitgevoerd in opdracht van de overheid.

Marianne Langkamp, Tweede Kamerlid voor de SP en panellid in het debat, stelde dat de landelijke overheid armoede onder kinderen moet aanpakken. Zij noemde het onbehoorlijk dat in een land als Nederland kinderen onder het sociaal minimumniveau leven.
Volgens panellid psychologe Martine Delfos zou het interessant zijn om ook indicatoren over het leven in rijkdom en het virtueel milieu van jongeren te meten.
Pierre Heijnen vindt het Databoek een inspiratiebron voor beleidmakers en politici, een bewustwording door cijfers, een stimulans om oplossingen te vinden. Zo moeten de gemeenten met de gegevens omgaan en niet reageren dat de cijfers niet kloppen of dat de gemeenten het wel goed doen, of dat de indicatoren toch niet te beïnvloeden zijn. De beleidmakers moeten de indicatoren en cijfers oppakken en ermee aan het werk gaan. De leden van de Tweede Kamer zullen in ieder geval het rapport Kinderen in Tel gebruiken om het beleid van de minister voor Jeugd en Gezin te monitoren.

Tijdens het debat is er veel aandacht geweest voor jongerenparticipatie. Zowel de Rotterdamse Jongerenraad als de Haagse Jongerenambassadeurs hebben duidelijk gemaakt dat het belangrijkste is om de wijken in te gaan, met jongeren te praten, vragen stellen, voorlichting geven en de gemeente te adviseren – gevraagd en ongevraagd. Jongerenparticipatie is essentieel bij het maken van een goed jeugdbeleid. Daar waar gemeenten creatief omgaan met de informatie uit de praktijk en de onderzoeksresultaten, zijn de verbeteringen direct zichtbaar. De Nationale Jeugdraad adviseerde om de volgende keer de gegevens van Kinderen in Tel zo te presenteren dat een goed jeugdbeleid beloond wordt.
Het is een uitdaging voor alle gemeenten om in de volgende editie van Kinderen in Tel op indicatoren beter te scoren. Een bijzondere rol is hier weggelegd voor Rotterdam, de Jongeren Hoofdstad van Europa 2009. Steven van Eijck, voorzitter van Rotterdam jongerenhoofdstad en gespreksleider van het debat, nodigde de organisaties achter Kinderen in Tel uit om hierbij te helpen.
Uit het debat zijn de volgende zes actiepunten voor gemeenten op te maken:

1. Stimuleer participatie van jongeren en kinderen op lokale beleidsterreinen.
2. Ga schooluitval tegen en registreer schoolverzuim zorgvuldig.
3. Voer een armoedebeleid dat ook gericht is op de sociale vooruitgang van kinderen.
4. Garandeer loopbaanbegeleiding voor jongeren.
5. Creëer veilige plekken waar jongeren hun vrije tijd graag doorbrengen.
6. Vorm gezonde buurten waar kinderen en jongeren respect voor elkaar en sociaal denken leren.


Kinderen in Tel is een project van Stichting Kinderpostzegels Nederland, Unicef Nederland, Jantje Beton, Defence for Children International Nederland, Johanna Kinderfonds, Nationaal Fonds Kinderhulp, Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind en het Verwey-Jonker Instituut in samenwerking met: Stichting Alexander, Scouting Nederland, Jeugdwelzijnsberaad Collegio, JOB, LAKS, Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg, NUSO.

 

 


 
 

copyright 2008 © Kinderen in Tel