Questions & Answers
De meeste gestelde vragen naar aanleiding van Kinderen in Tel 2006


1. In hoeverre zijn de gegevens van Kinderen in Tel betrouwbaar? Zouden andere meetmethoden tot andere ranglijsten kunnen leiden?
Kinderen in Tel biedt vergelijkende gegevens over het welzijn van kinderen in Nederland. De gegevens zijn afkomstig van degelijke, betrouwbare officiële statistieken, zoals van het CBS, OMDATA en het SCP die álle kinderen in Nederland betreffen. Andere meetmethoden – zoals vragenlijsten en monitors- zijn doorgaans gebaseerd op steekproeven en geven daarmee minder valide uitkomsten. Wel kunnen andere methoden de eigen ervaringen van bewoners, beleidsmakers en kinderen naar voren halen: dat beoogt KIT niet te doen.

2. Hoe kunnen verschillende meeteenheden (percentage, promillage, hectaren) worden vergeleken om tot een rangorde te komen?
Diverse belangenbehartigende organisaties voor de jeugd hebben indicatoren benoemd die cruciaal zijn voor het in beeld brengen van de leefomstandigheden van kinderen. Deze indicatoren beslaan de gehele leefomgeving waarin jongeren zich bevinden, van speelruimte tot zuigelingensterfte of tienerzwangerschappen. Voor elke indicator is een andere ‘eenheid’ nodig om tot een juiste berekening te komen. Speelruimte bijvoorbeeld bereken je in hectaren. Voor zuigelingensterfte berekent het CBS het aantal ten opzichte van 1000 zuigelingen, en tienermoeders berekenen we in procenten.

Overigens kan iedereen dezelfde gegevens verkrijgen en analyseren. Onze onderzoekers vragen bestaande databestanden op. Maar het vereist nog wel heel wat rekenwerk om tot de uiteindelijke gewenste gegevens per gemeente te komen.

3. Wie betaalt mee aan het project Kinderen in Tel? Is de overheid hier financieel bij betrokken?
Kinderen in Tel wordt gefinancierd door onafhankelijke belangenorganisaties, te weten: Stichting Kinderpostzegels Nederland, Jantje Beton, Unicef Nederland, Johanna Kinderfonds, Nationaal Fonds Kinderhulp, Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind.
De overheid draagt niet aan het project bij.

4. Voor wie is Kinderen in Tel vooral gemaakt?
Kinderen in Tel is bedoeld voor beleidmakers en bestuurders die verantwoordelijk zijn voor het welzijn van kinderen en jongeren in de gemeente. KIT wil de situatie van kinderen inzichtelijk maken en aandacht vragen voor hun situatie. De gegevens in KIT nodigen uit om op zoek te gaan naar oorzaken en antwoorden, het gesprek aan te gaan tussen alle belanghebbenden. De bewoners van de gemeenten, mensen die in de gemeente werken, vrijwilligers, jongeren: zij allen kunnen informatie uit het Databoek halen en de tips uit de brochure zelf toepassen. Ze kunnen ook gerichte vragen aan de gemeente stellen over het jeugdbeleid of gaan lobbyen voor een beter beleid.

5. Wordt de betrouwbaarheid van de indicatoren niet vertroebeld door de gevoeligheid van sommige indicatoren voor incidenten? Voorbeelden: Aanwezigheid van een justitiële inrichting beïnvloedt de gegevens over de jeugdcriminaliteit. De dood van een baby verandert het promillage van de zuigelingensterfte aanzienlijk.
Nee, dat ligt anders. De systematiek in de berekening van cijfers is zo, dat uitschieters altijd worden gereduceerd tot een maximale afwijking van het landelijk gemiddelde. Dat is een statistische methode die in onderzoek vaak standaard wordt gebruikt. Dat zorgt ervoor dat een eruit springende score op een indicator een niet allesbepalende invloed heeft op de totaalscore. Verder is het zo dat in dit onderzoek geen weging is toegepast: alle indicatoren tellen even zwaar.

6. Hoe verhoudt zich het aantal meldingen bij het AMK tot de werkelijke hoeveelheid gevallen van kindermishandeling? Niet elke melding betekend een werkelijke kindermishandeling.
Het aantal meldingen kindermishandeling is op landelijk niveau nog steeds te laag. Er worden nog altijd meer kinderen mishandeld dan dat er meldingen gedaan worden. Let op: het is niet per definitie slecht als een gemeente een hoge score op deze indicator heeft. Hoe beter leerkrachten, jeugdartsen, leiders in peuterspeelzalen en kinderopvang leren om mishandeling en verwaarlozing te onderkennen, hoe meer terechte meldingen dat oplevert. Maar met goede registratie is de kous niet af. Kindermishandeling moet voorkomen worden en dat begint met het zichtbaar maken van het kinderleed. Onverlet blijft dat het voorkomen moet worden. De tweede stap is dus: het probleem zelf aanpakken.

7. Waarom zijn er grote verschillen tussen buurtgemeenten?
Kinderen in Tel laat zien dat er vaak een geografische concentratie is van problemen. Je ziet dan ook dat vergelijkbare steden met identieke omstandigheden, toch kunnen verschillen. Buurtgemeenten hebben wel eens te kampen met een verschillende bevolkingssamenstelling of een langdurige historie van werkloosheid . De aanwezigheid van bepaalde instituten beïnvloedt de situatie, zo ook de verhoudingen tussen werk- en woonomgeving, de aanwezigheid van of een gebrek aan een duidelijk centrum in de gemeente (dorpskern). Kinderen in Tel toont vooral aan waar het beleid op gericht zou moeten zijn.


8. Wat is het verschil tussen Kinderen in Tel en diverse Jeugdmonitoren?
Kinderen in Tel beslaat de totale leefomgeving van jongeren. De verzamelde gegevens gaan over alle kinderen in Nederland. Dat geldt niet voor andere monitoren, die meestal op steekproeven zijn gebaseerd of op oordelen en indrukken van betrokkenen. Op geen enkele manier worden periodiek door middel van eenzelfde landelijke systematiek data op gemeentelijk niveau verzameld.

9. Hoe kunnen de cijfers uit Kinderen in Tel het best geïnterpreteerd worden om een beter jeugdbeleid te maken?
KIT pretendeert niet om voor meer dan 450 gemeenten afdoende interpretaties en verklaringen te bieden. Advies: Kijk naar de ranglijsten alle cijfers, vergelijk jouw gemeente of provincie met de landelijke gemiddelden en vraag je daarna af welk gericht beleid nodig is om tot een eventuele verbetering te komen. Hierbij is samenwerking met diverse instellingen en inspraak van verschillende belangenbehartigers en betrokkenen in de gemeente een absoluut vereiste. Essentieel voor Kinderen in Tel is het aangaan van de dialoog. Om de cijfers goed te kunnen interpreteren zou je jouw gemeente ook kunnen vergelijken met gemeenten die zich in een vergelijkbare geografische omgeving bevinden.

Actiepunten voor gemeenten:

  • stel een wethouder jeugd aan
  • vergroot jongerenparticipatie in de gemeentelijke politiek
  • betrek jongeren bij de vorming en uitvoering van het jeugdbeleid.
    [middelen: site voor jongeren op de website van de gemeente; chat-mogelijkheden en inspraakbijeenkomsten speciaal voor jongeren]
  • besteed meer geld aan de bevordering van deskundigheid van mensen die met kinderen en jongeren werken
  • stimuleer uitwisseling van informatie en samenwerking tussen diverse sectoren die met kinderen en jongeren werken (scholen, sportverenigingen, zorginstellingen, politie, justitie, kinderbescherming, maatschappelijk werk, welzijnswerk, consultatiebureaus)
  • creëer een Centrum voor Ouder en Kind
  • geef speciaal aandacht aan sociaal zwakkere groepen
  • zoek naar samenwerkingverbanden tussen buurtgemeenten als het om het welzijn van kinderen en jongeren gaat
  • investeer in betere speelruimten. Zet je in voor de ontwikkeling van een landelijk registratiesysteem voor voorzieningen voor spel, sport, groen en recreatie
  • houd de provincie op de hoogte van problemen en ontwikkelingen rond het jeugdbeleid in de gemeente
  • vraag informatie aan en overleg met de provincie over de uitvoering van het provinciale jeugdbeleid en het plan van aanpak voor jeugdzorg

 


 
 

copyright 2007 © Kinderen in Tel