Persbericht


Leiden, 13 december 2011



Grote verschillen in aanpak kindermishandeling tussen en binnen gemeenten

 

Meer meldingen van kindermishandeling, maar het beleid van gemeenten in de aanpak van kindermishandeling is heel verschillend. In vergelijkbare gemeenten en wijken lopen de aantallen meldingen van vermoedens van kindermishandeling ver uiteen. Dit is de belangrijkste conclusie uit de rapportage ‘Kinderen in Tel over kindermishandeling’, die vandaag verschijnt.

 

Elk jaar worden er in Nederland meer kinderen gemeld bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). In 2009 ging het om ruim 28.000 kinderen. In 2003 waren het 10.000 kinderen. De cijfers laten zien dat er tussen gemeenten grote verschillen zijn in de hoeveelheid meldingen. Ook het meldgedrag loopt uiteen. Bij de 25 gemeenten met de meeste meldingen zitten alleen steden uit Zuid-Holland en Friesland.

De rapportage ‘Kinderen in Tel over kindermishandeling’ bevat gegevens die in de periode 2003-2009 voor Kinderen in Tel bij de AMK’s verzameld zijn. Het speerpunt van het onderzoek zijn de gemelde kinderen, wie ze zijn, welke leeftijd ze bij de melding hebben en van welke soort kindermishandeling ze slachtoffer geworden zijn. Daarnaast is de instroom in en het bereik van de hulpprogramma’s voor kinderen waarin de problematiek rond mishandeling een duidelijke plaats heeft, in kaart gebracht. Deze data - uitgewerkt voor de G4-gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) en voor Leeuwarden, Groningen en Dordrecht – laten zien dat het aantal kinderen dat doorstroomt naar kindspecifieke interventies, sterk verschilt.

Een conclusie van ‘Kinderen in Tel over kindermishandeling’ is dat er veel is geïnvesteerd in een hogere instroom van meldingen kindermishandeling maar niet in het afstemmen van het beleid. Het is de vraag of dat tot de beste oplossing voor mishandelde kinderen leidt. Er is ook geen volgende stap gemaakt: het is niet vanzelfsprekend dat de gemelde kinderen doorstromen naar hulptrajecten.


De aanbevelingen van Kinderen in Tel zijn:

 

1. Ontwikkel een landelijk gevalideerde set van beproefde interventies om de problemen die kinderen door mishandeling ondervinden, te behandelen.

 

  1. 2. Zet in op grotere schaal specifieke interventies voor het behandelen van door mishandeling veroorzaakte psychische aandoeningen bij kinderen.

    3. Onderzoek:

- waarom het meldgedrag van bepaalde steden, zoals Dordrecht en Leeuwarden, verschilt van steden waar weinig meldingen zijn, zoals Utrecht en Amsterdam;
- waaraan de aanmerkelijke verschillen liggen tussen en binnen gemeenten en wijken;
- wat de uiteenlopende manieren zijn waarop AMK´s met meldingen omspringen.

 

Dit rapport is een thematische publicatie binnen Kinderen in Tel. Het Databoek Kinderen in Tel is al ruim vijf jaar een inspiratiebron voor innovatief lokaal jeugdbeleid. Sinds 2006 brengt het Databoek de leefsituatie van kinderen en jongeren per gemeente, provincie en per wijk in kaart. Aan de hand van twaalf indicatoren, gebaseerd op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, laat Kinderen in Tel zien in welke omstandigheden kinderen in Nederland verkeren.

De publicatie is gefinancierd door Bernard van Leer Foundation en Stichting Kinderpostzegels Nederland.

Zie ook: www.kinderenintel.nl en www.verwey-jonker.nl


Kinderen in Tel is een samenwerkingsverband van: Bernard van Leer Foundation, Stichting Kinderpostzegels Nederland, UNICEF Nederland, Jantje Beton, Defence for Children, Johanna Kinderfonds, Stichting Alexander, Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind. Het Verwey-Jonker Instituut is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek.

Rapport




Download hier het rapport in PDF formaat:
- Kinderen in Tel over kindermishandeling
Factsheet




Download hier het de factsheet in PDF formaat:
- KIT Factsheet
Conclusies



Grote verschillen in aanpak kindermishandeling tussen en binnen gemeenten

Op 12 december 2011 verscheen het rapport ‘Kinderen in Tel over kindermishandeling’. De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat er in Nederland steeds meer meldingen van kindermishandeling zijn, maar het beleid van gemeenten in de aanpak van kindermishandeling is heel verschillend. In vergelijkbare gemeenten en wijken lopen de aantallen meldingen van vermoedens van kindermishandeling ver uiteen.

Dit rapport is een thematische publicatie binnen Kinderen in Tel. Het Databoek Kinderen in Tel brengt vanaf 2006 de leefsituatie van kinderen en jongeren per gemeente, provincie en per wijk in kaart. Aan de hand van twaalf indicatoren, gebaseerd op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, laat Kinderen in Tel zien in welke omstandigheden kinderen in Nederland verkeren. Kinderen in Tel is al ruim vijf jaar een inspiratiebron voor innovatief lokaal jeugdbeleid. De publicatie is gefinancierd door Bernard van Leer Foundation en Stichting Kinderpostzegels Nederland. Het Verwey-Jonker Instituut heeft het onderzoek verricht. Defence for Children is vanaf de eerste editie Kinderen in Tel verantwoordelijk voor de campagne rond de publicaties.

Elk jaar worden er in Nederland meer kinderen gemeld bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). In 2009 ging het om ruim 28.000 kinderen. In 2003 waren het 10.000 kinderen. De cijfers laten zien dat er tussen gemeenten grote verschillen zijn in de hoeveelheid meldingen. Ook het meldgedrag loopt uiteen. Bij de 25 gemeenten met de meeste meldingen zitten alleen steden uit Zuid-Holland en Friesland.

De rapportage ‘Kinderen in Tel over kindermishandeling’ bevat gegevens die in de periode 2003-2009 voor Kinderen in Tel bij de AMK’s verzameld zijn. Het speerpunt van het onderzoek zijn de gemelde kinderen, wie ze zijn, welke leeftijd ze bij de melding hebben en van welke soort kindermishandeling ze slachtoffer geworden zijn. Daarnaast is de instroom in en het bereik van de hulpprogramma’s voor kinderen waarin de problematiek rond mishandeling een duidelijke plaats heeft, in kaart gebracht. Deze data - uitgewerkt voor de G4-gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) en voor Leeuwarden, Groningen en Dordrecht – laten zien dat het aantal kinderen dat doorstroomt naar kindspecifieke interventies, sterk verschilt.

De belangrijkste conclusie uit de rapportage ‘Kinderen in Tel over kindermishandeling’ is dat het beleid van gemeenten in de aanpak van kindermishandeling heel verschillend is. In vergelijkbare gemeenten en wijken lopen de aantallen meldingen van vermoedens van kindermishandeling ver uiteen.
Een andere conclusie van ‘Kinderen in Tel over kindermishandeling’ is dat er veel is geïnvesteerd in een hogere instroom van meldingen kindermishandeling, maar niet in het afstemmen van het beleid. Het is de vraag of dat tot de beste oplossing voor mishandelde kinderen leidt. Er is ook geen volgende stap gemaakt: het is niet vanzelfsprekend dat de gemelde kinderen doorstromen naar hulptrajecten.

De aanbevelingen van Kinderen in Tel zijn:

1. Ontwikkel een landelijk gevalideerde set van beproefde interventies om de problemen die kinderen door mishandeling ondervinden, te behandelen.

2. Zet in op grotere schaal specifieke interventies voor het behandelen van door mishandeling veroorzaakte psychische aandoeningen bij kinderen.

3. Onderzoek:
- waarom het meldgedrag van bepaalde steden, zoals Dordrecht en Leeuwarden, verschilt van steden waar weinig meldingen zijn, zoals Utrecht en Amsterdam;
- waaraan de aanmerkelijke verschillen liggen tussen en binnen gemeenten en wijken;
- wat de uiteenlopende manieren zijn waarop AMK´s met meldingen omspringen.

 

De publicatie is gefinancierd door Bernard van Leer Foundation en Stichting Kinderpostzegels Nederland.
Zie ook: www.kinderenintel.nl en www.verwey-jonker.nl

Kinderen in Tel is een samenwerkingsverband van: Bernard van Leer Foundation, Stichting Kinderpostzegels Nederland, UNICEF Nederland, Jantje Beton, Defence for Children, Johanna Kinderfonds, Stichting Alexander, Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind. Het Verwey-Jonker Instituut is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek.